Stilstaan was ondoenlijk in het werrelend rumoer, kalm bedenken ook, en zo had ze zich dan maar laten rennen, van de ene straat in de andere, immer tussen die grauwe, rood-beplakte huizen en winkeltjes, met hun opschriften in gebrekkig Engels van goud op zwart,-om één ervan, dat van 'dentist and photograph' had ze in al haar ellende nog moeten lachen-en dan weer ineens in Broad-Street, met de herleefde hoop, nu het kantoor te ontdekken, het kantoor, waar ze Mr. Turner zou vinden, naar wie ze uitzag als naar een lang gekende vriend. Maar alweer niet, alweer was ze Broad-Street uit en in een zonnige straat of op een rommelig, stinkend pleintje, tussen lugubere krotten of op een begroeide villaweg. Dol-bezeten leek die vent, zag hij dan niet, dat ze zocht, dat ze gek en wanhopig werd van 't radeloze zoeken? Als een beest holde hij voort, zonder ander benul, dan zich op iedere straathoek om te wenden om te weten van links of van rechts...
Maar dat gevoel, toen ze eindelijk in die twaalfmaal doordraafde straat, die hoe langer hoe voller en roeriger en stinkend-heter was geworden, boven de ramen van een grijze gevel het opschrift had gezien, die verlossende woorden 'Eastern extension'...
Dat gezicht van die Chinees, toen ze ineens het karretje uit was, zó maar, in volle vaart eruit-en 't kantoor in... en daar, het gezicht van Mr. Turner,-o, zo een lief en zachtzinnig blank gezicht, waaraan ze nooit meer zonder dankbaarheid en vriendschap zou kunnen terugdenken-toen ze geen woord had kunnen uitbrengen door het schokkende, verluchtende schreien...
Nu was het rusten-en naast haar Kardoesjes stil ademen-in de duistere kamer, de hoogste zaligheid. En 't denken aan Johan, Johan die ging komen, overmorgen al bij haar zou zijn. O, nu ze maar eenmaal verbinding met hem had, zou de tijd van wachten, hier beneden in 't hotel, wel omgaan. De stad in, die helse stad in met zo'n gruwelijk voertuig kregen ze haar niet meer, niet zonder Johan. Ze moest maar eens gaan toeren, en naar de Botanische tuin, had hij geseind. Maar ze zou het niet doen, ze bleef stalletjes hier in 't hotel, vanmiddag zou ze theedrinken in de tuin en dan héél vroeg naar bed, dadelijk na het diner en de volgende dag een eindje wandelen met Kardoesje, heel vroeg in de morgen, en baboe mee, tot de zee-
119