driftig dribbelende monsieur Torrini aan en 't telegraafkantoor binnen. Een Engelsche 'half-cast' was juist gereed met 't opschrijven van het ingekomen telegram en reikte het Johan over. Het leek een heel verhaal...
Johan las en hij was niet zó begaan met z'n arme vrouwtje of hij had moeite een luide lach in te houden. Het flegmatieke relaas van die Poeloe-Sirihse telegraafdirecteur zette hem de hele situatie zo levendig voor de ogen! Daar was ineens op 't kantoor een dame komen binnenvallen, 'an European lady... always crying and sobbing, cannot get a word out of her...!' hij was alleen te weten gekomen dat 'the servant is crying and the baby is crying* en dat Mr. Torrini haar vriend was.
Hij had haar wat laten drinken en een stoel gegeven, maar er was geen bedaren aan. Haar geld had ze niet verloren, daar had hij natuurlijk 't eerst naar gevraagd, maar toen had ze hem, voortdurend schreiend, een portefeuille met dollarnootjes laten kijken... En of Mr. Torrini nu maar eens wou zeggen hoe of wat!
Terwijl Johan de uitvoerige depêche nog aan 't lezen was, was Mr. Torrini al hevig doende met het antwoord. Zijn oud, braaf hart stroomde over van medelijden met 'la chère petite', die daar zo eenzaam en bedrukt aan de overzijde van de brede Zeestraat zat... en,
'Cheer up, my dear!' rikketikte het toestel...
'Sein dat 'k haar halen kom...' zei Johan, snel. En de oude heer knikte. Dat sprak immers vanzelf. Maar wat zou z'n vrouw ophoren! La pauvre petite! En goed, dat ze haar de raad hadden gegeven, van naar Mr. Turner te gaan, als er iets niet in de haak was.
Johan stond glimlachend toe te kijken, terwijl de oude heer met vuur en zonder bedenken maar zat te seinen. Toch wel curieus! Nu had Gerda, die daar een etmaal ver over de zee op een vreemd kantoor zat - want Mr. Turner had haar gezegd te wachten, tot Mr. Torini haar man zou hebben gewaarschuwd-al tijding van hem...
En terwijl Torrini hem vertelde, wat hij allemaal had geseind, dat ze maar flink moest wezen en rustig blijven in 't hotel wachten op hem,-hij had maar gedaan of 't telegram van Johan kwam, en er ook z'n naam ondergeseind, dat was toch goed, niewaar ?-en dat ze maar wat moest gaan toeren met Kardoesje door de stad, en tegen
5