twijfel uitgestegen zijn om haar vriendelijk aan te spreken en een praatje hebben gemaakt, zolang de rustpoos duurde.
Met een korte grom snauwde de heer de zwarte djeroekverkoper, die hem kruipend-beleefd naderde bij z'n stoel vandaan, hij en z'n gezellin bleven nu strak voor zich zitten uitkijken tot hun koelies, minder moe van 't dalen dan de anderen van 't stijgen, hun last weer opnamen en de weg vervolgden.
De Bengalees, blijkbaar een wachter of bediende van een halfweg gelegen villa, stond nu ook op en verdween lui en langzaam op een zijpad tussen de bomen, in de richting van een handwijzer met 'My Home' erop.
Nu was 't ook weer tijd voor Gerda's koelies. De kerels moesten wel, ze wisten zich op de minuut af gecontroleerd door de heden van 't hotel, waaraan ze vast verbonden waren. Gelaten namen ze de bomen, slingerden die op hun schouders en zetten zich in gang. Eenzaam bleef nu achter hen het verlaten plein en zonder ander geluid dan dat van het water dat traag uit de lekkende fontein in de donkere drinkbak drupte.
Steiler dan tevoren rees het tweede, trouwens veel kortere deel van de weg, omhoog. Gauwer dan de eerste maal begon daar ook het kreunend zuchten der dragers de stilte te verbreken, heter was het zonnebranden door de stille bomen heen en op de rood-bruine weg. In 't moeizaam opsjouwen krakkerde voortdurend de stoel en Gerda, bevangen van hitte, wee van die zwetende ruggen, waarvan ze 't walmen nu róók, tot schreiens toe nerveus door 't gekreun, leunde met 't dommelende kind in haar armen en de ogen toe, diep terug in de stoel.
' Zo gingen dan nog wel een kwartier de onhoorbare voeten tussen de stille heuvelwouden door, een laatste steile helling op... en 't kreunen was gedaan, de weg lag zo goed als vlak voor de doodvermoeide koelies uit tot 't hotel toe, dat hoog en kloek oprees in de verte, temidden van perken met kleurige bloemen en groene heesters. Nu ontwaarde Gerda, uitkijkend opnieuw, overal tussen de bomen ook de kleinere en grotere, 'bungalows', eenvoudige landhuisjes. Ze zag er dames zitten handwerken in schaduw van de verandatjes en baboe's op-en-neer lopen met wit-geklede kinderen,
107