manager geweest-en had maar wat flink van zich afgesproken, o zo! Johan had er bij moeten wezen. Zij zou niet alleen kunnen reizen, niet met geld kunnen omgaan?
't Stijfgevulde portefeuilletje zat veilig geborgen onder haar kleren op haar borst; de 'plankie' had ze niet hoeven betalen, alles werd genoteerd en kon met de manager van het berghotel verrekend worden. Die 'mutton-chop' voor haar viel mee. Leuk, dat de zaal-wat een enorme eetzaal hadden toch altijd die Engelstropische hotels, en wat had ze een kamers en paviljoens en bijgebouwen gezien !-zo leeg was, nu kon ze op haar gemak eens rondzien. Die poenka's aan de zolder waren een zegen. Bij hen zag je ze nergens. Wel overal in Voor-Indië en in de Engels-Chinese havens, had mevrouw Torrini eens verteld. De Torrini's... die zaten daar nu aan de overzij en Johan... ze zou hem schrijven, zodra ze boven was. Echt opgewekt schrijven zou ze. Dan kon hij zien dat ze...
Daar nam de Chinees haar bord weg. Leuk, dat vlugge, onhoorbare... Wat kreeg ze nu? Ze tuurde op 't kriebelschrift van 't menukaartje. Custard, nee, daar voelde ze niets voor, daar zou ze maar voor bedanken. Rustig zat ze nu... zo vér van 't zonnige buiten, van de Chinezen-wijken en van Broad-Street. Hè, de poenka's hingen plotseling slap... zeker rustte even de koelie, die daar ergens in een triest hokje de hele dag aan het touw stond te trekken, dat de zeven brede lappen witdoek, die van de zoldering laag afhingen, in beweging hield, 't Was ook een baantje, in de hitte! 't Zou wel 'n Chinees zijn, die 't deed. Daar begon hij weer, waaiden opnieuw de zeven lange lappen; heerlijke koelte gaf dat dadelijk...
De manager kwam van een der galerijen af binnen, en liep tot bij haar tafeltje. Ze had met hem afgesproken, dat hij een spiritustoestel zou laten kopen-voor madame Torrini zou ze 't niet willen bekennen, maar 't was vergeten-en 't tegen de zonsondergang zenden. Er kwam iedere avond een koeÜe van beneden af naar het berghotel. Er was ook al getelefoneerd om draagstoelen, als ze nu op weg ging, zou ze die vinden aan de voet van de berg.
Gerda stond op. De beklemming viel haar weer om de borst en ze voelde zich ontstemd tegen de manager. Had die haar nu nog maar even gelaten! Ze zat daar zo heerlijk veilig, dacht aan 't ver-
105