komen vandaar terug. Het is mooi, het is als levend, het is de fleurige volheid van een Feest.... en toch spijt het haar dat ze niets van die straten herkent.... Daareven meende ze alles van dat voorbije leven in zich te voelen, het zat besloten in die wemelende volte binnen in, als menschen zonder duidelijke gezichten, maar die ze zou hebben herkend en bij den naam genoemd als ze zich hadden omgekeerd. En toch niet.... toch niet.... want dit is vreemd, het kan bijna niet dat ze hier ooit in haar leven is geweest. ״Maarwatisditdan, Vader, waar is dit dan eigenlijk?" Dacht ze dat het daarginds het stadje was? Neen, het is Edam.... want de schipper is in Edam geboren en heeft in Edam het Feest gevierd en heeft uit Edam de fotografieën mee-genomen. O.... maar dan is het goed en wil ze de fotografieën graag nog eens bekijken....
De schipper heeft ze weer in het hoekkastje geborgen en Vader is opgestaan. Liggen ze nog lang hier met het schip? En zou er gelegenheid zijn dat ze samen bij Vader en Moeder op visite komen? O ja, laat dat gebeuren mogen, eer ze weer weggaan, wie weet waar heen, wie weet voor hoe lang.... en wie weet in hoeveel jaren ze elkaar dan niet terug zullen zien. Ze moeten Dinsdag vertrekken en willen Maandag komen. Dan gaan ze nu naar huis om Moeder alles te vertellen en omdat Moeder anders ongerust worden mocht. De schipper zal ze met de jol weer over het water brengen....
217