iets in haar dat vloeit nu weer af.... Stil, stil.... één ding hield ze net nog vast.... Heb ik niet een pepermunt-bal gekregen? Hij schatert dat het davert. Ze gaan den winkel uit, ze zullen morgen om het dejeuneetje komen, ze gaan nu mee met den schipper, mee naar de schuit! Er zijn gelukkig andere klanten binnengekomen, dat zou toch verdrietig zijn voor juffrouw Krant, alleen in den leegen winkel te worden achtergelaten.
Ze staan weer buiten en het sneeuwt.... het sneeuwt boven de witte straat en het sneeuwt boven het zwarte water.... uit hooge donkerten komt de sneeuw en gaat in lage donkerten verloren.... het sneeuwt onzichtbaar boven hun hoofden, het sneeuwt schemerig om ze heen.... het sneeuwt wit en krieweiend overal waar licht brandt, rondom de lantaarns, die langs het water groote lichte bollen lijken van dansend gestippelte om een felle kaars, langs deuren en ramen van de winkels, zoover hun schijn in het donker dringt.... ginds midden op het water ligt een schip met licht in top, het brandt maar klein, het is omflodderd van de vlokjes, die het zichtbaar maakte.... wie dat nu net uit duizenden zoo treffen mocht.... Waar gaan ze heen, waar woont de schipper ? Maar... toch zeker op zijn schuit! Waar ligt de schuit? O ver.... ver weg in donker.... je kunt er alleen met een jolletje komen.... neen, je zoudt een uur langs het water kunnen gaan, en dan kwam je er ook wel... maar wie zou dat durven.... langs paden waar nergens lantarens staan. Het jolletje ligt bij den over-zetman, het ligt waar niemand het stelen kan.... Waar ze nu gaan, loopen al geen menschen meer. Een pad slaan ze in, tusschen water en land, daar komen ze nooit, want het voert nergens heen dan
205