heer Pup op het Joodsche School dat van het hek van Doets had wijsgemaakt — maar haar jurk was bij het vechten zoo vreeselijk gescheurd! — en hij haar dadelijk geloofde.... Als je jokt en het lukt, denk je er niet meer aan; lukt het niet, krijg je straf, is dat voorbij, denk je er ook niet meer aan. Als je veel vergeet, en nogal eens geen zin hebt, dan moet je immers wel, of er kwam aan je akeligheid geen eind en je leven was een-en-al straf. Maar nu.... haar heele lijf is bitter van het berouw, want de meester was lief tegen haar en ze verdiende het niet, ze zat hem zoo maar gewoon te bedriegen. Hoe komt ze ooit van dat nare, zware weer af? Liefst ging ze naar hem toe en hem eerlijk de waarheid zeggen, maar dan zou hij immers niet meer van haar houden....
199