schrok en wakker werd? Waar dacht ze toch aan? Ze kan het niet meer vatten. Eiken keer bijna, en dan is het weer weg.... het schommelt ergens achter in haar hoofd.... het is er.... en het is er niet.... een gelige nevel.... waar dacht ze toch aan? Het was een warme gedachte.... Stil nu.... daar komt het.... daar is het: ze pakt in de lucht, het was van verleden week, toen ze staarde en de meester haar kin greep.... Staarde ze, maar nu, greep de meester nu naar haar kin. Kan ze niet ? Je kunt toch ook best gaan gapen, als je wil. O, lieve hemel ja, ze begint al.... Je kijkt uit het raam en je luistert naar iets, naar den regen bijvoorbeeld, en je vat iets in het oog, dien schoorsteen bijvoorbeeld, grauw tegen grijs.... en dan groeit je hoofd op je schouders vast en je oogen staan strak, je nek zit geschroefd, een diepe rust vaart in je lijf, een dieper rust dan als je ligt, want dan denk je, dan als je slaapt, want dan droom je, maar deze rust is diep en leeg.... en nu komt de meester en pakt haar zacht om de kin. Maar het is niet waar, want ze staart niet, ze kijkt heel gewoon, ze denkt, ze weet alles, ze is niet weg, is niet ״op reis." Probeeren, nog eens probeeren.... ze wil het toch zoo graag.... alles was zoo warm, toen ze stond over het slootje gebogen en ineens werd alles koud en bleef alles koud. Probeeren.... en als het niet lukt, dan kun je toch nog altijd.... doen alsof het lukt.... Gek, als je niet wilt, overkomt het je telkens en nu je het zoo vurig zou willen, blijft het uit. Soms, even, lijkt het erop, worden de geluiden schemerig en dof, lossen de muren tot vachten zich op, maar dat is het echte niet, want ze wordt er slaperig bij.... tot nu maar.... stil.... zoo zitten blijven.... Een schok, een bons.... de meester noemt haar naam,
197