geweten dat zoo'n jolige meester kon bestaan en hij zingt met zijn mond rond en zijn borst vooruit en zijn zware stem gaat door je heen en hij speelt viool als zij zingen en niet hun eigen liedjes kent hij alleen, hij speelt ook zachte, zoete wijzen, bedroefde die dan toch tegelijk een beetje blij en blijde, die tegelijk een beetje bedroefd klinken en eens dat ze na twaalf in de gang is blijven luisteren, heeft hij haar best gezien en toch niet weggejaagd! Want deze nieuwe meester houdt van haar! Hij houdt niet het meest van Aafje Stam, met haar stijve witte vlechtjes, die zoo ״zacht" is — dat zei de vorige meester Kips, maar ze is gierig en ze is een kat, en als ze een liedje met la-la-la zingt, zie je haar tong op en neer gaan, obah! — die nooit verboden wordt, laat staan in den hoek of de klas uit, deze meester houdt heele-maal niet van Aafje Stam, hij houdt van haar en dus is eindelijk gebeurd, wat ze nooit had gedacht, en zij een „meesters-lieveling"! Ze is het niet dadelijk geweest, maar eigenlijk ineens en toevallig geworden. De meester vroeg rond wat elk wel eens had gedaan om zijn moeder plezier te doen, en bij de meeste meisjes was het breien, vaat-wasschen, aardappelschillen, en meest niet eens waar, want ze kregen anders maar niet even op hun kop, en noem je dat dan een plezier doen? Maar verrassingen en moeilijke handwerken en verjaar-cadeau's dat telt natuurlijk wel. Wat had zij-zelf gedaan? Ze zocht en vond ineens.... Want wat is moeder toen niet blij geweest met die groote, bonte, geurige veldbouquet, die ze samen van de wandeling hebben meegenomen, wat heeft moeder er niet dagen plezier van gehad, veel meer, zei moeder, dan ooit van de mooiste gekweekte bloemen. En het was warm, ze kwamen van ver, het
192