binnen in.... Denk je erover na, dan lijkt een staar nog in meer op een gaap dan enkel in dat ze allebei hun beloop moeten hebben: ze klimmen ook allebei de hoogte in en hebben een top-van-volkomen-rust, en dalen dan weer en je komt langzaam tot je-zelf.... tenminste als de anderen zoo goed zijn je dat te gunnen! Want Vader roept woedend: staar niet, staar niet, hou op.... en Moeder schudt aan de tafel, en de jongens trekken haar heen en weer bij den arm en dikke, kleine meester Kips komt.... maar dat is niet waar, hij kwam....! kwam zachtjes op de teenen naar haar toe, zijn hand maakte kringen in de lucht, al kleiner, dichter bij.... hij mikte en zette zijn vinger midden op haar neus en schateren klaterde uit de klas! Nu zal hij dat nooit meer doen: hij is weg! Hij is van meester bovenmeester geworden en dus ineens heel deftig en voornaam: een School-Hoofd! Hier ver vandaan: in Groningen. Jekunt hem gerust dien Gro-ningschen kinderen gunnen, maar op het eind viel hij toch nog mee, want den laatsten middag is de deur open gegaan en dat vergeet ze nooit, al wordt ze honderd jaar: gladde, bruine doozen vol taartjes, drie voor elk, één hoog met abrikozen-gelei, één hoog met pruimen-gelei, één laag met dikken room. En terwijl ze aten — zelf at de meester ook — moest ze gedurig naar hem kijken: hij had een ander gezicht. De nieuwe meester is.... zijn eigen broer! Dat wisten ze vooruit en ze heeft zich dus nooit anders gedacht dan een tweede meester Kips, misschien wat jonger en allicht wat minder dik en nu is hij heel lang en heel dun en heel anders en veel jonger dan zijn broer, en heel anders dan welke meester ze ooit in haar leven zag, je kunt niet eens precies zeggen waar het in zit, vriendelijk en zelfs vroolijk — ze heeft nooit
191