het bleekroode vleesch gaat nu zwellen en wordt grijs en maakt het reuklooze, kleurlooze water tot geurige, krachtige, vette bouillon. Dan neemt Moeder het vleesch eruit en het wordt met zout en peper fijn en licht overstrooid, met muskaatnoot dun en luchtig overraspt en Moeder komt met de schotel bij Vader staan, dat de geurige damp tegen Vaders lorgnetglazen slaat en Vader neemt het lorgnet van de neus en kijkt en Vader zegt: het is goed. Maar dat is nog lang niet en dan is het licht op en dan is het avond en de avond wijst naar den Vrijdag heen en de Vrijdag is een vlakke vlugge weg, daar aan het einde de Sjabboslamp lonkt....
188