wil hij laten leeren.... dat weet ze van Vader, want Vader kent hem goed en zoekt hem elke week bij zijn stalletje op.
Als met vingers, onzichtbaar en voorzichtig tippend, bladert de wind in de openliggende boeken dat ze ritselen.... met geluidjes van droog loof, en tot trillende waaiertjes staan de dunne blaadjes uit, rechtstandig naar boven, naar rechts, naar links en voegen zich tot bosjes en vallen toe en vallen af en aan, naar rechts of naar links.... en ritsen sidderend weer op.... en zoo hangt het dus feitelijk van den wind af, welke blaadjes bloot en boven komen en wat je zonderkoopenkunt te weten komen, van elk boek! Ze heeft zich in het kijken daarnaar en in het denken daarover zoo verdiept dat ze niets hoorde van wat Vader en oude Mousje Fles tezamen spraken, maar ze voelt ineens zich als gewekt nu ze zwijgen en ze merkt dat ze naar haar kijken. Een helle blauwe flits, die vloog als een vogel omhoog uit de kist, die komt over de boeken naar haar toe en ze strekt de handen uit.... het ruikt wat duf, maar heelemaal niet naar, het voelt wat klam en de bladen zitten stijf als geplakt.... ״De Aarde en hare Volkeren". Volkeren is toch een mooi, een warm, mollig woord.... Hare Volkeren.... de Volkeren die rondom op de Aarde wonen en die dus Hare Volkeren zijn. Maar hier leest ze ineens iets dat nog mooier klinkt: ״ De Kleine Steden in Toscane en hare Kunstschatten".... Ook weer: hare.... hare is mooi! Het boek is groot en zwaar, ze houdt het met één hand tegen den buik en slaat met de andere blaadjes om. Er tintelen zilverigheidjes tusschen het fijne, zwarte gestreep van de prentjes, als je er lang op kijkt.... Hier menschjes klein en zwart in schaduw
180