van een machtig-hooge donkere poort.... eronder: Bas-relief.... en nog weer, hier paleizen, oude poorten, hoog welvend en er onder telkens: Bas-relief.... Niet vragen.... rustig bergen bij de dingen die je niet begrijpt....! ״De Kleine Steden in Toscane en hare Kunstschatten". Het klinkt heel mooi en diep en wonderlijk.... ״Reizen door Sumatra". Dat is ineens veel verder dan Toscane, je zoudt het zien, al wist je het niet.... 't is Indië, de menschen zijn er zwart en gaan er naakt. ״Meisje uit Soeroelangoen" Soeroelangoen heeft een mooien klank.... Tos-cane ook.... Soeroelangoen is anders.... Toscane komt ineens weer dichter bij.... Het meisje heeft een rond, groot hoofd, een dik gezicht.... wat staat ze rank en recht, wat is haar lichaam dun.... ״Meisje".... zoo vreemd.... zoo ver.... zoo'n heel ander wezen, en dat toch als zij en grooteren, zoo maar gewoon-weg ״Meisje" heet. Je zoudt er een anderen naam voor willen kiezen, maar wat?
O.... dit is mooi....! ״De Batang-Hari en de monding van de Potar".... staat er onder en je ziet heele-maal niets dan water, water dat breed zich breidt, water dat lang-uit zich strekt, water dat doodstil uitligt, wijd en vlak en blank, dat overal over uitligt, dat zich spreidt, naar weerszij verder gaat en niet beweegt, den heelen hemel vat en wederkaatst, water zonder rimpeling.... water, eenzaam en groot, water, machtig en verlaten, want nergens varen schepen en van menschen geen spoor. Noch bruggen, noch huizen.... alleen, ver-weg, tegen een diepe lucht van zilverig tintelgestreep twee palmen, klein, bij elkaar, één recht en één scheef, tezamen aan het water dat langs ze stroomt en waarin ze zich spiegelen. Hoe komen ze zoo ver, en zoo alleen, als uit een tuin
181