is vreemd, de straatis vreemd... en hethuis is vreemd... de deur is dicht, en weet niet wat ze wil.... verwacht haar niet.... en kan er binnen iets veranderd zijn.... het voelt zoo vreemd..״
Ja, ze is er weer.... Maar toch niet weggestuurd, niet ziek, niet zij alleen? Neen, allemaal.... de meester kreeg een telegram.... Wat moet ze nu? Ze kijkt de kamer rond.... de stoelen staan te hoop geschoven.... het vloerkleed saamgelicht, tot in het midden van het naakte bruine zeil.... en Vader klaar om uit te gaan. Een doelloos, droef gevoel.... ze leunt aan het raam.... wat ligt het water roerloos in de sloot, te dik... te moe.... te traag.... de achterhuizen doodsch en plompenzwaar-verzakt....misvormde spiegelingen.... geen geluid.... de tijd hokt.... en haar hart staat stil... Wat moet ze nu ?Hier loopt ze in den weg. Het beste was, ze ging met Vader mee! Waarheen? Naar Heilbron, om het sjabbosvleesch te koopenen alles voor de soep, sigaren.... loterij-lijst nazien.... en op de markt naar ouden Mousje Fles. Er springt iets op, er breekt iets los, haar hart tikt en de tijd schiet in een vaart vooruit.... wat was dat vreemd, als zat je, in een schuitje, aan den grond, maar het water vliet weer en de schuit loopt vlot... het is Donderdag, het is markt.... weg doelloos, droef gevoel, de tijd, die hokte, loopt.... het lijkt, als vaart een tinteling van leven door de sloot.... en langs de achtereinden.
Ze kijkt naar Vader.... voor Vader is de straat en alles nu gewoon, maar zij voelt tegengezind de wereld om zich heen. Ze vat het nu: de klok van negen trekt een streep, neen beter, richt een dikken ribbel op.... daar mogen kinderen niet overheen.... Een naakte klaarte, en ze staat, ze staart....
175