EEN HEELEN DONDERDAG THUIS
een half uur geleden kwam ze van de speelplaats in de school, nu staat ze boven op de stoep, de voeten even over den rand en half in het opene, alleen.... Ze kijkt, de oogen wijd, ze kijkt naar buiten en beneden en rondom de groote najaarsstilte tegemoet en in haar hoofd gaat alles dat gebeurde, nog eens over. Ze zaten nog niet recht en langzaam zonk en zakte het rumoer van binnenkomen, schoolbegin.... toen stond ineens een jongen in de deur, de oogen wijd, de mond half open, zijn arm reikte naar den meester heen.... een toegevouwen blauw papier.... het was een telegram.... de meester sloeg het uit en woorden sloeg hij bloot, en las, en plotseling is hun klas als in een stilte-kuil geploft.... het roezen rondom steeg tot helsch lawaai.... Die stilte.... het wordt wel vaker stil, ineens.... de deurknop draait, de meester schrikt, zijn hand met het krijt valt neer.... de deur gaat open, de witte gangmuur in een schemerlicht.... de Schoolopziener, met een hoogen hoed.... wat blijft er dan nog aan geluid, dat nu vervlood, wat laat je dan, en nu niet, je aan geluid ontgaan....? Ze voelt en hoort het nog, het stond als leegte om hun hoofden heen.... een oogenblik.... en dan, een klinkstap uit de verten van
de gang.....die sneller werd..... en nader kwam....
de bovenmeester.... en ze praatten, overleiden.... wat was de meester bleek.... ze mochten weg, naar huis.... In andere klassen ging het leeren door, maar hunne werd er tusschen uit gesneden, de ramen open, als in het middaguur, de sponzen, krijtjes, liniaal, pas uitgehaald, geborgen, de dag ineens, als in een blik
G
172