voor het Mizrach aan den wand.... en zij stond midden in de kamer en keek hem aan terwijl hij las.... zoo was het en ze ziet hem weer.... zooals hij plotseling voor haar oogen kwam, toen juffrouw Content het had gezegd. En zijn ander gezicht, zijn gewone gezicht, van vóór ze wist.... ze vindt het nergens weer terug, — ze kan niet anders hem meer zien dan schuldig, verontrust, met oogen vol van schuwheid, angst, geheim....
Ja, als het nu eens praatjes waren.... praatjes van jaloersche menschen.... praatjes van lui die om praatjes verlegen zijn.... ja, denk eens aan.... er valt iets van haar af.... er stroomt iets uit haar weg.... een leegte weegt, als had ze iets verloren.... Ze zal het voor geen ding ter wereld iemand zeggen.... ze zal het maar stilletjes voor zich houden.... hoe ze hoopt in haar hart dat het maar geen praatjes zijn.... dat juffrouw Mozes de waarheid aan juffrouw Content vertelde.... dat zij zoo iemand in hun kille hebben....
157