Ze bemerkt het ineens.... Moeder en juffrouw Content zitten alweer te praten. Samen gaan ze na.... wie wel het ware zouden weten en wie althans een deel.... en wie maar napraten.... en wie maar raden.... en hoe zoo'n zondig, zwaar geheim het eerste uit hem-zelf vandaan kwam naar zijn vrouw.... en toen van haar naar juffrouw Mozes ging, de baker, en zoo over de wereld heen.... en hoe menschen het elkaar in fluisteringen overreiken en hoe zoo iets over de wereld doorgegeven wordt, van den een naar den ander, zoodat al meer het weten.... zoodat het in al ruimer wijdten van menschen spreidt als kringen in het water en mijnheer Israëls in het midden, mijnheer Israëls de steen.... hij alleen weet alles, weet alles volkomen, draagt alles, draagt alles alleen. Maar als nu... wat vertelt Moeder daar voor een aardig verhaal....? Dat hebben ze nooit van Moeder gehoord, neen.... het schiet haar ook maar zoo ineens te binnen. En had die kip zich niet meer dan één pluisje uitgepikt.... en maakten de laatsten ervan dat ze heelemaal kaal was door haar eigen bedrijf...? En zou het dan ook kunnen dat het van mijnheer Israëls niets dan praatjes zijn? Maar het vlekje aan de bont-geheeten koe! Nu goed.... dan iets, maar niet zoo gruwelijk, niet zoo erg....
Juffrouw Content gelooft het niet. Zeker.... de raarste praatjes loopen door de wereld rond, en zijn niet waar.... maar dit heeft ze immers zelf gehoord van Juffrouw Mozes, de baker! Denk eens even dat het inderdaad maar praatjes zijn.... Dan krijgt hij weer zijn gewone gezicht terug.... dat komt hem toe.... Hij zat achter de schrijftafel, las Vaders brief, aaide zijn baard, zat op den eenen arm geleund, en achter hem blikkerde het glas
156