״Vijftig-duizend-gulden moet het zijn geweest...." In bankpapier.... je kunt het je niet denken.... En het zelfde jaar, in het nieuwe huis, daar woonden ze al voor dien tijd, daar woonden ze sinds hun trouwen.... een doodgeboren kind.... te vroeg en dood.... En al die jaren.... geen kinderen meer.... en al die jaren werden ze maar rijker en al die jaren werd mijnheer Israëls vromer.... totdat hij nu de vroomste van de heele kille is.... En voor ze trouwden en in het begin, toen was zijn vrouw de vroomste, die is hem nu lang niet meer vroom genoeg....
„ Watmoetzoo'nman wel op Joum-Kippoer voelen..." Ja, dat zegt moeder goed! Wat moet er in hem omgaan op dien dag.... en alle dagen.... alle uren.... „Ze leven lang niet naar hun geld...." Hoe leef je rijker dan zij leven? Wat kun je koopen in je huis, dat zij niet hebben? Ze eten het fijnste, het lekkerste, ze eten versche zalm midden in den winter. Hij werd al rijker.... nog rijker dan die vijftig duizend gulden? Natuurlijk... Geld maakt Geld. Hoe doet het dat? Ja.... dat kan juffrouw Content zoo in de gauwigheid niet zeggen. En vromer.... altijd vromer.... met zijn eigen familie is hij al jaren kwaad.... ze zijn te vrij.... mevrouws nichtjes mogen er niet logeeren.... omdat ze op Sjabbos piano-spelen, omdat ze geen koosjeren wijn laten komen.... Hij draagt op Sjabbos nog geen paraplu.... hij vast bij iedere gelegenheid.... hij doet precies, in alles, wat geschreven staat. Het laat zich hooren.... de vraag is of het helpen zal! Maar de tijd staat niet stil.... ze zitten leelijk hun middag te verpraten. Drie toeren deed ze boven het helgroene „teekje" en moeders stopmand is nog boordevol en juffrouw Content vergat moeders heele japon.... die moet voor vaders verjaardag nog
154