Zouden ze boterkoek bij Heilbron krijgen? Ruik je de meloen uit den open winkel van Komein? Kijk.... de kleur van die peren is als het licht van dezen dag.... en over de druiven, als een stijve greep stuiters zoo dik, en dicht bijeen, ligt de dauw van vanmorgen. Bij Doets stonden om elf uur de dalia's alweer recht overeind, de bonte en roode en witte kokertjes tus-schen het groen warm en zacht fluweelig, als had geen water ze ooit aangeraakt, met bijen in-en-uit, de harde bladeren droog-glanzend in de zon.... wat vond jij mooier? 's Morgens vroeg.... ja.... ik ook! Heb jij ooit Heilbron op Sjabbos of Jomtouf hooren vloeken? Neen, hij vloekt alleen door de week, maar dan ook verschrikkelijk. Ja, er is geen mensch in de kille die zoo vloekt, maar ook geen mensch die zoo veel voor anderen doet. Hij heeft ook een vriende-lijk-lachend gezicht en een breeden mond en het kale van zijn hoofd is net zoo rood als zijn heele verdere gezicht, dat zie je bij niemand dan bij hem, zoo'n roode maan in een uitstaanden krans van glinsterend dun wit haar. Neen, geen maan, want een maan is plat.... eerder een halve roode kaas.... Neen, geen halve.... dat loopt te hoog en wat voor gek gezicht zou dat zijn!
Ze hebben hem geen van beiden ooit echt hooren vloeken, want in den winkel en in de kamer doet hij het niet op het ergst, maar in de werkplaats tegen zijn zonen en zijn knechts.... en bij het minste foutje dat ze maken, scheldt hij ze voor frotter haurik.... voor gammer.... voor asjmedoi.... voor gotspepo-num.... voor verschwartstenar.... Hij is voor niemand bang en laat zich van niemand wat zeggen, ״Jullie kunt me allemaal....!" De rest zeg je niet na. Hij balt zijn vuisten naar den hemel, als hij recht kwaad wordt
125