en schudt met zijn lijf......oei.... oei.... oei.... mijne
sonniem...." zoo roept hij ramp en plaag over zijn vijanden af en het mooie is.... hij heeft ze niet.... want niemand neemt Elie Heilbron zijn vloeken kwalijk.... want wat geeft hij niet weg. Toen Vader ziek was, weet je wel? Biefstuk en zwezerik en van het krachtigste dat maar voor soep bestaat. Toen Vader later kwam betalen, was hij den opschrijf kwijt en toen Vader zei dat Vader het zelf zich nog best herinnerde, is hij maar weer gaan vloeken. Zou hij tegen Abraham durven vloeken? Waarom niet, het is toch zeker ook zijn eigen kind, net zoo goed als les en Barend, net zoo goed als Roos en Schoon? Ja, het is zijn eigen zoon, maar Abraham is ook een heer en heeft boven een eigen studeerkamer en is ontzaglijk knap.... in wiskunde.... in Hoogere Wiskunde zelfs.... wat dat is kun je niet weten en niet begrijpen.... en hij is meestal niet thuis, en is hij al thuis, dan zie je hem nog niet, hij blijft op zijn kamer, ook als er visite is.... neen, dat begrijp je verkeerd, juist als er visite is.... hij heeft al snorren ook, en ze hebben hem nooit gesproken, enkel even gezien, als de glasdeur open stond, terwijl ze in den winkel waren, maar hen zag hij niet. Hij gaat nooit door den winkel, altijd door het tuinpoortje het huis in en weer weg. les en Barend helpen in de slagerij, en les probeert zijn Vader na te vloeken, maar zijn vader wil het van hem niet hebben. Tegen Roos en Schoon vloekt hij ook, maar niet zoo bar, omdat het meisjes zijn. Tegen zijn vrouw vloekt hij nooit, zij vindt het toch al erg genoeg, en heeft het hem lang genoeg probeeren af te leeren....
Kan iets zoo wonderlijk zijn, als plotseling van de zonnige straat in den donkeren winkel achter de neer-
126