257
nimmer in haar leven iets hevig had begeerd te winnen, daarom was ze nimmer in haar leven sluw en geslepen geweest, doch dezen man en zijn liefde begeerde ze te winnen, om hem te behouden, dat ze hem liefhebben zou en geliefd zijn van hem, tot hun beider geluk en haar eigen heil. Plotseling voelde ze zich bedaard en vaardig, als een soldaat in het gevaar. Vooraf heeft hij gebeefd, nu is hij beheerscht. Haar vertrouwen rees in het gevoel van haar rust, de zweem van zijn glimlach speelde over haar heen, zijn blik was kalm en ingekeerd, doch had alreeds verraden, dat hij haar, zooals ze was, bekoorlijk vond.
Schoon Heieen smachtte naar het oogenblik dat ze zich in vertrouwelijkheid aan hem zou mogen geven en vertroosting zoeken voor de ongestilde klachten van haar hart, ze legde zichzelf geslotenheid op, om niet roekeloos een ongedacht voordeel te verspillen en zijn nieuwsgierigheid te behouden, tot belangstelling te kweeken. Dat ze door anderen in zijn bijzijn gesmaad was en slecht besproken, had haar duldeloos in het hart gebrand — alles sloeg om: smaad en opspraak had ze als een prikkelend verschil op anderen voor. Ze wilde zich toonen, zooals ze ook eigenlijk was, maar zooals hij het niet verwachtte wellicht: rustig en vriendelijk en vlijtig, ook, zooals ze wezen kon, wanneer ze het wezen wilde, wanneer het de moeite waard was: geestig en scherp van begrip.
Ze bleef dien middag maar heel kort en nam
Heieen. ! /