Heleen, een vroege winter

Titel
Heleen, een vroege winter

Jaar
1913

Druk
1913

Overig
1ed 1913

Pagina's
311



256

de menschen haar hielden, vooral nu ze wist dat ze haar in zijn bijzijn hadden aangeklaagd.

Ze liep uren lang in den voorjaarswind — het was April, ze had haar korte Paaschvacantie, buiten de stad geurde het naar gras en grond, krioelend leven steeg trillend, als van verlangen, uit den heeten bodem der slooten naar hun zondoorschenen oppervlak, zilverbaarsjes schoten daartusschen fel-fonkelend, waterplanten deinden mee, en overal bloeiden de hazelaars — voordat ze zich voldoende kalm gevoelde om naar zijn huis te gaan. De oude meid leidde haar dadelijk bij hem in zijn laboratorium en toen ze in het begroeten de oogen naar hem opsloeg, zag ze in de zijne iets nieuws en onvermoeds: -nieuwsgierigheid. Plotseling gevoelde Heieen een bittere vreugde om den laster, die haar tot hem was voorgegaan; daar nu toch eenmaal in de wereld het groote uit het geringe en het goede uit het kwade voortkomt, zoo zou zij ook deze nieuwsgierigheid, die ze maar al te wel begreep, trachten aan te wenden tot haar gewin.

Heieen was van klein kind af bespot en geplaagd en somwijlen ook wel beklaagd om haar gebrek aan slimheid en bedachtzaam overleg. Later had ze zich wel op dat gemis heimelijk verhoovaardigd. Doch hierin voelde ze zich tot de geslepenste sluwheid vaardig en ze begreep ineens, dat elk mensch sluw en geslepen kan zijn, als hij maar hevig genoeg iets begeert te winnen. Omdat Heieen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.