255
wist ze niet, wat een volgend over haar besloot, 's Middags rezen er wolken aan dien klaren hemel van haar ziel, een vleug van wind woei al uit de verte aan, ze rilde in het voorgevoel, de koppen klommen en stapelden zich vervaarlijk, er was storm in aantocht. In donker brak hij los. Ze meende dat ze peinsde, wikte en overwoog, doch dit was maar een loos bedrog met zichzelf, het besluit was genomen, nog eer het in 't licht was gebracht; ze zou hem schrijven, om tot hem te gaan. Ze schreef en verzond dit briefje vliegensvlug en toen ze thuiskwam, liet ze zich door zichzelf berispen en vermanen, een kind dat de preek neemt op den koop toe bij het gelukken van zijn streek. Ze hijgde licht en voelde zich verhit van het draven en trappenklimmen, en de oogenblikkelijke voldoening omdat ze nu toch zichzelf te vlug af was geweest, zette met de verwachting haar hart in een gloed, dien ze met gegronde hoop verwarde en die de luister van dien laten avond werd.
Hij schreef en vroeg haar te komen voor den volgenden Woensdag in een aan het eerste soortgelijk briefje, maar Heieen toomde haar verrukking in en hield zich voor, dat nog niets was gewonnen, daar hij een welwillend man was en elkeen te woord stond, die om raad bij hem kwam; ze smoorde het juichen van haar hart, dat het haar niet in zijn dwaze onberadenheid verraden en vernederen zou. Ook wilde ze op geen enkele wijze den schijn verwekken als was ze inderdaad degene, waarvoor