XXIV.
AN het einde van die week schreef ze hem een briefje. Ze vroeg hem kort en zakelijk of de cursuslessen, die ze had aangekondigd gezien, ook door geheel onbedrevenen in zijn vak gevolgd konden worden. Hij antwoordde dadelijk, dat ze weliswaar voor beginnende volwassenen bestemd heetten, maar dat eenige voorstudie werd voorondersteld en gewenscht. Zijn briefje was evenzeer kort en zakelijk, handschrift noch onderteekening hadden iets ongewoons. Onmiddellijk zeide Heieen dit tot zichzelf en lei daarmee het dwaze kind, dat tusschen de regels lezen en wonderlijke zaken ontdekken wilde, het zwijgen op. Een gewoon briefje en basta. Ze ging naar school zonder onrust of schommeling, praatte en werkte gewoon, maar diep in zich behield ze een gestadige benieuwdheid naar wat ze nu verder wel zou doen, en hoe ze zich in den avond gedragen zou. Het eene uur