253
Heieen nam er geen deel van vreugde aan. Somber en bedrukt begaf ze zich tusschen de menschen, bevreesd te spreken, en in den klaren dag gevoelde ze zich zooals de soldatendokter uit het reisverhaal in dien zwarten nacht, toen hij ongewapend naast het convooi van zijn gewonden ging, en niet wist of het zachte hijgen dat hij overal naast en achter zich vernam, de wind was dan wel de naakte vijand, rap nakend en ree om hem te bespringen.