we nachtelijke hemel in, waaraan de sterren staan, bleek en heel ver... en denk aan het mensdom, en aan alle 'Vrijheden', waarvoor het vocht, de eeuwen door, vocht in de personen van de besten, die hun bloed gaven, die zich offerden, ter wille van die Vrijheidsdroom, dat kostelijk goed, en zo vurig begeerd... door dezelfde mensheid, die willig en gretig zich tot de slaven maakt van elke krankzinnige gril.
Brieven van afwezigen
Het allerminste is natuurlijk om er 'verstand van te hebben'. Maar och, lieve troost, waar zitten ze, die er verstand van hebben? Toen, op mijn reisje door Frankrijk, heb ik er bijster weinig ontmoet, want geloof mij gerust, lieve lezeres en lezer, dat ik er op gelet en dat ik ze bestudeerd heb, het is immers een hobby van mij! Waarom hebben kathedralen dan toch ook die lastige hebbelijkheid van zo groot te zijn, van zo midden in het landschap te staan, en van zo beroemd te zijn, van zo vet in Baedeker te staan? Neemt men het de doorsnee beschaafde kwalijk, dat hij zich niet voor Dante interesseert! Snuffelt men in zijn boekenkast of daar, aan deze zijde Goethe, en aan gene zijde Shakespeare wel behoorlijk paradeert? Wel neen toch. Maar dat lastig Lam in Gent en die pralende 'Reine des Cathédrales' in Chartres, ze zijn de zwaarverteerbare brokken die al menig eenvoudig toerist in zijn reis-digestie hebben bemoeilijkt, omdat men ze immers met fatsoen niet voorbijlopen kan, omdat men niet anders dan ze 'mooi' en 'prachtig' vinden kan.
Hoe herinner ik mij het Lam en die Reine des Cathédrales franfaises van deze reis! Ik weet niet welk duiveltje er in mij opstaat en spottende of cynische opmerkingen fluistert als ik mij midden in een gezelschap bevind van ademloos starenden naar zulk een 'onsterflijk meesterwerk' of met dolende blikken drentelenden
97.