dig spotgelach en geroep: 'hé, hé, u loopt verkeerd', en 'zover bennen we nog niet' werd begroet... en daaraan dacht zij - nog steeds: de ondergetekende - op deze kermiswoensdag, opgaande naar deze kermisstemming öf... zou ik het eigenlijk maar niet liever een stemmingskermis noemen voor ons, die geenszins van nature gehoor konden geven aan de roepstem, doorklinkend tot de trappen van het raadhuis zelve, in de gedaante van een formidabel 'Kiest Bo-mans'. Waar blijf je met je stem in het land van Sint-Jan, als je nu eenmaal Bomans niet kiezen wilt? Beter misschien in de poffertjeskraam.
Hoe dit zij... het had er daar boven zowaar iets van, van een poffertjeskraam meen ik, met die vier open hokjes aan weerszijden van de grote, gapende bus, waar de rode potloden lagen, waar ze aan de ketting lagen... als... als... nu ja, en het was er toch maar wat gemoedelijk óók! En de vrouwen, in bruine en groene en paarse zondagsjurken, want er zijn er nog een paar zonder jumpers en jerseys, er zijn er nog die ons het uitzicht op een stel benen als omgekeerde bourgogneflessen niet dagelijks offreren, er zijn er nog met deinende rokken, er zijn er nog met kap en jak — de vrouwen keken erg gewichtig en wel een beetje zenuwachtig ook, maar de meesten waren met de mans, en waarschijnlijk ook overigens niet geheel onbeslagen op dit gladde ijs gekomen. 'Meutje' ging óók stemmen, 'Meutje' werd gehaald, had 'Zus' ons de vorige dag al verteld. Ik denk zo dat er vele Meutjes in den lande naar de stembus zijn gehaald.
Was het niet juist kermis geweest, ik zou u naar waarheid kunnen meedelen of ze zich voor de uitoefening van hun burgerplicht zo poesmooi hadden gemaakt. Nu moet ik deze belangrijke kwestie in het midden laten.
94.