Weer thuis
Weer thuis... Ik zit weer aan het open achterraam op de tuin, in het licht en de WHrmte van de jonge zon, en de lichte schaduwen van de esdoorn bewegen teertjes over de grijze grond tussen de bessenboompjes door het spel van een zachte wind. Vogels verblijden zich, jubelen gedempt, hanen rondom, pianoklanken uit een open raam ergens voor of naast of tegenover mij. Gisteravond arriveerden wij en vergewisten ons onmiddellijk: onze appelbomen zijn laat en het'kritische ogenblik, dat de bevruchting der bloesems onmiddellijk voorafgaat, het enige ogenblik, waarin, zoals onze tuinman ons ernstig en nadrukkelijk onderrichtte, de vorst die onherroepelijk verwoestende werking heeft, dat ogenblik, waarin de hoop van het ganse jaar maar al te dikwijls wordt gedood, is voor onze bomen nog niet gekomen... Zij luiken nog maar pas, het rozerood sluimert nog tussen het satijnige groen, ze zijn nog beveiligd... en is nu eindelijk de ommekeer voorgoed, dan zullen wij vele appels hebben... als het jaar weer op zijn einde loopt! Zelfzuchtige verblijding, maar is niet een iegelijk zijn eigen appelgaard boven andere appelgaarden lief...? Wat ligt het alles klein en zoet tussen zijn grenzen van schutting en heg gevat... wat lijkt het nog zoeter omdat ik weer thuis ben en kleiner na al die geweldige wijdten, die forse afstanden, waar we doorheen snorden, dagen, dagen lang... De tijd was niet zo lang -elf dagen al in al - maar wat we deden, wat we zagen, wat we in ons opnamen in korte tijd. Met de auto door Frankrijk, in wijde boog de Loire langs, waar de roemruchte, de pompeuze kastelen staan, door Touraine en La Beauce, waar de oude kathedralen zijn, over de brede, gladde wegen heen, 'les belles routes de la France', vanouds beroemd en nagenoeg alle van oorlogsweeën hersteld. Maar zij dan misschien ook alleen... Want overigens... maar daarvan vertel ik u misschien nog wel wat meer... En toen we langs de Loire reden, de kap op voor de zon, het stilstaan vermijdend om de ontzaglijke hitte, genietend de trekking van het snelle gaan, die ons
80.