het zogeheten optimisme kunnen worden verbloemd... vergetelheid ... en verstilling van hun eigen verontrust geweten, dat in de stilte ze aanklagen mocht om wat ze zelf deden of verzuimden, om hun eigen aandeel aan onverschilligheid en gevoelloosheid en grenzeloos egoïsme...
Ja, de jazzband kan de schreeuw zijn waarmee wij, zoals de primitieve volkeren, zoals het kind dat in donker zingt, de moderne spoken op de vlucht zoeken te jagen... maar hij kan, gelukkig, ook nog wat anders zijn...
Wanneer gezonde, jonge, muzikale jongens - en ik zou er u van onze Larense kunnen noemen uit artistiek-intellectueel milieu, aan namen van muzikale reputatie geparenteerd! - puur voor hun plezier een jazzband vormen en met stralende gezichten een bizar, maar geenszins onwelluidend lawaai slaan uit xylofoon en bekkens, autotoeters en Turkse trom, om over de meer gewone instrumenten even te zwijgen, dan voelt men als oudere in die geharmoniseerde, gestileerde natuurdrang van alles wat jong is, in die drang om leven te maken, om te leven, om zich uit te leven, zo iets verrukkelijk Dionysisch, dat men, het eigen deel aan schuldbesef en wereldleed willig dragend, zich verheugt in die jeugd, welke geen ongezonde opwinding, geen onedele vergetelheid, geen kunstmatige prikkel voor zichzelf of anderen beoogt, maar uiting van wellend, zwellend leven — in deze lente! — in overmoed bruisend en toch ook tegelijk in evenmaat gebonden en beheerst. En zo lijkt mij, ter vervanging van andere grotere en kleinere muziekensembles van traditionele samenstelling, de jazzband, ook om de ruimte die hij laat aan de in de opvoeding te weinig tot hun recht komende inventie en fantasie, het aangewezen orkest voor de jongen die geen kind meer is en ook nog geen man.
Tussen de nummers worden ze trouwens subiet weer kind... en zouden zo graag de mooie rode jasjes hebben - met rode sokken to match! - als mooie rode jasjes maar niet zo duur moesten zijn. Ik stel me schrikbaarlijke voorschotten op zakgelden voor, reeds uit
72•