onlangs... 'Mietje had de kan gebróken' en we besloten zuinigheidshalve, een geëmailleerde terug te kopen. 'Toch zeker bezorgen laten, mevrouw?' 'Weineen, meneer, de beste bode is de man zelf.' 'Dan netjes voor u inpakken, mevrouw?' 'Hoeft heus niet, meneer, geef maar zo mee, gerust.' En wij met de grote geëmailleerde waterkan doodkalm over straat. De mensen konden toch niet anders denken, dan dat we naar de repetitie van de jazzband togen, want waarom zou niet ook, bij de claxons en klapperhouten, de tafelschellen en arrebellen een geëmailleerde waterkan dienst kunnen doen?
Men moet niet te gering denken over de gevaren aan het met alles open-en-bloot over straat gaan verbonden. Of heb ik er niet soms een aspirant-dienstbode door verloren?
Het was te Schoorl; in een langgeleden zomer, en ze had er heus wel oren naar, tot die dag... tot die dag dat de Alkmaarse boot een mandje met huishoudgoed voor ons deponeerde te Scho'orldam en er juist niemand was om het te halen, zodat 'mevrouw zelf met de kruiwagen naar het kanaal toog... Toen was hopeloos en voorgoed de kans verkeken, want bij een mevrouw, die zich 'zo weinig dame' toonde dat ze met een kruiwagen plus een mandje in het openbaar wandelde over de weg van Schoorl naar Schoorldam, bij zulk een verkoos Amalia niet te dienen... En daar dit mij niet genas en ik nog steeds met alles over straat ga, ben ik, ter wille van mijn omgeving blij dat we thans een jazzband bezitten...
Eerlijk gezegd, een heuse heb ik nog nooit gehoord, maar wel heb ik er veel kwaad van gehoord, van het pervers-prikkelende, van het grofdegenererende, 't welk van jazzbandmuziek heet uit te gaan. Kan het echter niet zijn dat de tegenwoordige mensen, nog meer dan dat alles, in het opwindend lawaai vergetelheid zoeken, van eigen en andermans misère, van dat benauwend onmetelijk wereldleed, die bodemloze ellende, van al die kwellende, eindeloos gecompliceerde levensproblemen vooral, die pas recht onoplosbaar en on-overwinbaar blijken, nu ze niet langer met de mooie redenen van
71.