Gesprekken
Wij spraken nog eens over de Amsterdamse eenheidsschool. Want toevallig waren er twee moeders aanwezig, beiden kort geleden naar de hoofdstad verhuisd, die elkaar nadien nog niet hadden ontmoet en thans voor het eerst, met elkaar en met ons, over hun indrukken konden spreken.
De eerste moeder had het opperbest, de tweede aanvankelijk heel ongelukkig getroffen, daar de eerste familie zich in het hart van 'achter het Concertgebouw', de tweede zich vooraan op een der grachten had gevestigd. Daardoor was Kareltje dadelijk tussen nette kindertjes terechtgekomen, maar Marietje had zich met de 'schoffies' uit de stegen van Spuistraat en Voorburgwal moeten encanailleren, totdat, na veel geprotesteer en geschrijf en gewrijf tenslotte toch een andere regeling was getroffen. Uit welk relaas maar weer bleek, dat ook die soep niet zo heet wordt gegeten als hij wordt opgedaan!
Zo ontspon zich dat gesprek, en van de aanwezigen bleek elkeen tegen de eenheidsschool! Ze waren wel geen van allen reactionair — de hemel beware! - ze waren ook geen van allen trots, ze waren au fond allemaal democratisch gezind, maar ze waren toch allemaal tegen de eenheidsschool. Omdat... en omdat... en omdat... enfin, ik was heimelijk blij dat ik juist theeschenken moest en dus de conversatie niet volgen kon. Want ik hoorde erg frequent het woordje rijp. En als het woordeke 'rijp' zo hagelt in een discussie, dan weet ik meestal wel hoe laat het is. Dies schonk ik met overgegeven attentie thee en liet mijn bezoekers rijp-en.
Maar ja, toen ik weer zat, toen moest ik er toch aan geloven. Hoe ik oordeelde over de eenheidsschool.
'De slagvelden in Frankrijk...'
Onder de verbaasde blikken van mijn bezoekers - welwillend-verbaasd, want ze waren welwillend gestemd, omdat ik jarig was! - voelde ik mij als Multatuli's huisdominee, die Woutertje aan-
217.