woord geven. Ik weet het ook zelf niet goed. Deze tweede keer was weer zo anders dan de eerste, twee jaar geleden... Buiten rijdt de auto, die mij thuisbracht, toeterend door het duister naar Hilversum terug. In de vooravond heeft hij mij gehaald en over de verlaten straatweg, glimmend in de regen, de tol voorbij, de zijweg in, heeft hij mij naar het grote gebouw met zijn Eiffeltorenachtige uitzendge-vaarten gevoerd. En daar heb ik toen weer die vervaarlijke lampen teruggezien, van ik weet niet hoeveel duizenden 'volts' - wat een 'volt' is, weet ik trouwens evenmin - die daar als helse ogen stonden te gloeien in het afgesloten vertrek, dat voor mij, met zijn snoeren en instrumenten, nog het meest op een folterkamer leek. Maar de 'studio' was sinds toen veel gezelliger en huiselijker geworden, met prettige gordijnen en een mollig fauteuiltje en er werd koffie aangeb..., pardon, lezer, ik bedoel natuurlijk geserveerd, ik ben lang zo ouderwets niet, als ik er uit zie, ik weet óók mijn modewoordje wel te plaatsen... en er was een vriendelijke heer, wiens functie bestaat uit het regelen der verschillende 'nummers' en het aankondigen van dezelve bij het publiek, en die heer kruide mij heel huiselijk op en neer in het fauteuiltje en vertelde mij onderwijl dat hij Colijn en Wibaut en Marchant en vele andere groothedens in dat eigenste fauteuiltje had gekrooien...
'Wat...? Werd je gekruid, in een fauteuiltje...? Waar was dat voor...?'
Algemeen gelach om de dwaze voorstelling dat ik bij wijze van verzetje in een fauteuiltje gekruid zou zijn. Het was enkel om de juiste afstand te bepalen voor mijn stem ten opzichte van... Ja, hoe heet zo een ding? Het was rond, het was van metaal met waaier-glanzen als een nieuwe, maar niet meer spiksplinternieuwe gulden, of als de bovenkant van een hoge hoed... En het zat in een kastje...
'O, natuurlijk. Dat was de microfoon...'
'En toen verder? Na de koffie en het fauteuiltje? Ben je toen helemaal alleen gelaten?'
Ja, toen ben ik met mijn onzichtbaar auditorium alleen gelaten.
2.11