gevoel tegenover de mensen, die we tegenkomen: als jullie nu maar goed weet, dat ik met Johan geëngageerd ben en Emmy niet. Ik vind, dat je zulke dingen maar eerlijk opbiechten moet, je moet er natuurlijk niet aan toegeven, je moet niet van die burgerlijke vertoningen geven.'
Bij het ietwat verslagen zwijgen der jongere meisjes, die aldus hun onerkende, onuitgesproken drijfveren blootgelegd zagen, voelde zich het aankomend mannetje tot edelmoedigheid genoopt.
'Het is immers net precies als wanneer je een nieuwe fiets hebt. Dan willen ze er allemaal eventjes op rijden en dat laat je natuurlijk toe, maar je blijft er voortdurend achter aan hollen of je houdt je vast aan de bagagedrager. Want je kunt niet uitstaan, dat de mensen zouden denken, dat die fiets van hem is.'
'Wat lam eigenlijk, hè...? Wat lam, wat in-ellendig, om zo te zijn.'
De jongen lachte.
'Helemaal niet, je moet je maar nemen zoals je bent.'
'En toch is het niet hetzelfde. Want die jongen heeft om zo te zeggen immers net zo goed een nieuwe fiets! Dan zouden ze allebei moeten zitten pronken!'
De vlaag van generositeit was weer over: mannelijk superioriteitsgevoel klonk in zijn overmoedige lach. 'Helemaal niet! Want hij kan er zoveel krijgen als hij wil en zij mag blij zijn, dat ze er één in de wacht heeft gesleept.'
Daar zaten ze, vier ouderen tegenover één blaag, maar die ene blaag gepantserd in de prerogatieven en privileges van zijn hele sekse. Ik, die tot dusver achter mijn krant had geluisterd en gezwegen, ik werd er nu bij gehaald. En ik moest het erkennen, zo stond inderdaad de zaak. Omdat de man mag kiezen en de vrouw moet wachten, omdat het gekozen worden een triomf is, en een triomf pas reëel wordt voor het oog van de wereld, daarom demonstreert het meisje - alle legenden van 'jonkvrouwelijke schroom' ten spijt - in het algemeen meer dan de man, zolang een beter beschavingspeil,
209.