kind had zelfs nooit gehoord van de kringen, waar de dochters, uitgerust met gelijke en gelijkvormige bruidschatten, in chronologische volgorde trouwen, en waar de aspirant-aanbidders dat ook weten.
De zeventienjarige knaap werd bij de uiteenzetting van dit cultuurverschijnsel ietwat ongeduldig, hij wilde weten, wat ze eigenlijk hadden 'uitgespookt'.
'Zaten ze als idioten te vrijen?'
'O neen... stel je voor. Als je ze had gezien, zou je dat niet vragen. Neen, maar zij had wel de hele weg over iets aan hem te frunniken. Dan zijn kraag en dan zijn handschoen, en dan een pluisje op zijn mouw...'
'Ze zaten toch ook voortdurend gearmd...'
'Ja, en 's avonds weer. Want jullie moet weten, ze hadden hetzelfde reisdoel als wij. En 's avonds zaten we ergens op een terras naar een strijkje te luisteren, en daar had je ze weer, hij tussen ze in, en de een met een blauw sjaaltje, de ander met een rose, en met de blauwe was hij geëngageerd en ze kon weer geen seconde van hem afblijven.'
'Maar heb jullie dan nooit opgemerkt,' kwam een oudere, 'dat meisjes veel meer dan jongens in het publiek verliefd zitten te doen? In de trein, in de tram — het gaat eigenlijk maar zelden van de man uit.'
'Natuurlijk,' kraaide triomfantelijk de knaap. 'Hij schaamt zich, dat hij erin gevlogen is, en zij is de koning te rijk, dat ze er een aan de haak heeft geslagen.'
's Mans zuster wilde zich driftig maken, maar de oudere vriendin voorkwam.
'Hij zegt het op een idiote manier, en hij heeft toch gelijk.' Ze aarzelde even en deed toen de bekentenis:
'Wij gaan soms wel eens met ons drieën naar de schouwburg, Emmy, Johan en ik. Dan lopen we natuurlijk in het naar huis gaan alle drie gearmd, hij tussen ons beiden in. Dan heb ik altijd het
208.