'Zo zeldzaam niet!' kwam Bernard.
'Misschien zo heel zeldzaam niet, maar toch een heel eind in de minderheid.'
'Dat zeker...'
'En ligt daarin dan niet meteen de grens aangegeven van wat met Coué's genezingsmethode wel en niet bereikt worden kan...? Wat voortkomt uit tekort aan imaginatie...'
'Gebrek aan zelfvertrouwen,' ijverde tante er tussen door.
'Goed, tante, noem het dan zo. Wat voortkomt dus uit "gebrek aan zelfvertrouwen" is misschien langs die weg te genezen, maar voor de ellenden van de overmatige verbeeldingskracht, "the father of all terrors", zie ik er, eerlijk gezegd, geen baat in. Maar betekent het eerste al niet heel veel, al niet genoeg?'
Maar tante voelde in de beperking een tekort aan eerbied voor haar idool en gaf dit ook te kennen:
'Omdat jullie er niet in gelooft...'
De wijze man zuchtte.
'Een geluk, dat Coué zelf u niet hoort, mevrouw! Want ik weet al niets ergers voor de scherpzinnige ontdekker van een bepaalde -dat wil zeggen: beperkte - methode, dan door zijn bewonderaars tot een Manusjevan-alles te worden gemaakt. Neem nu Bernards geval...'
'Juist, neem nu mijn geval!'
Maar op dat ogenblik kwam de schooljeugd thuis en het gesprek nam een andere wending...
Gesprekken
'Harry!'
'Ja, moeder?'
De twaalfjarige jongen, met zijn blote kuiten en bruine kop, hield
2.00