Plattelandjes

Titel
Plattelandjes

Jaar
1926

Overig
herdr

Pagina's
232



gen mij niets, bijna konden het, wat betreft het gevoel dat ze mij geven, bijna konden het kunstbloemen zijn. Mensen hebben ze daar gezet en, o zeker, ze groeien niet vóór hun tijd en, o gewis, ze beduiden duidelijk dat het voorjaar komt... maar o, mijn madelieven, mijn eerste madelieven, met die flauwe, zwak-zurige geur, dat is het echte toch, dat is de openluikende natuur...

Het hele dorp door ben ik op zoek naar die eersteling gegaan, verleden week. Anders om deze tijd, dan brandt daar al onder het donkere, dorre der hoge pijnen, overal over de hei, dan brandt daar het groene voorjaarsvuur van het bottende onderhout al. Boven de dorre, donkere grond, onder de dorre, donkere toppen sidderen de smaragden vlammetjes, die de trillende takjes zijn... anders om deze tijd, dan bungelen de roze ribesklokjes tussen de teer-satijnen, nauwelijks uitgeplooide vaantjes van blaadjes... ze liggen zo vol en zo koel in de hand, de ribestrosjes, ze lijken de rinkelende zilveren siertorens wel, die met tinkelen en geblink de mantels der Wetsrollen kronen, zó ook luiden ze met kleine geluidjes de lente in... anders om deze tijd, dan laten zich aan seringen en rododendrons de bloemknoppen al tellen en van heel diep uit kleurt daar al schimmig wat zich ontplooien gaat... anders om deze tijd, dan begint het huisje aan het eind van het dorp, achter het populierenlaantje dat van overal zichtbaar is en in het fietspad eindigt... dan begint dat huisje met zijn vervreten en verweerde geveltje al weer onder zijn jaarlijkse begroeiing van klimroosjes schuil te gaan... anders om deze tijd hoeven we niet meer naar de eerste madelief te zoeken.

En nu... langs kronkelwegjes en slingerpaadjes ben ik gegaan, over hekjes tuurde ik en tussen heggetjes door en niets... niets... niets... Ten leste toch, daar heb ik er een gevonden! Er is een tuin op een hoek, waar een grote juttepeer staat, die naar alle zijden takken opzendt, vol zijig zilveren spikkels nu. Een grasveldje glooit van zijn voet naar het hek en op dat grasveldje stond het, in de uiterste hoek... één enkel madeliefje, één alleen... Ik heb er niet, als in die al verder wijkende jaren, bij kunnen knielen in het gras, ik heb de geur

179.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.