'gekrulde haren gekrulde zinnen' gehalte, waar toch elke moderne wijsneus zijn kraam van vol heeft staan. Wijsneus?! Vertelt professor X. (geen namen noemen) ons niet in volle ernst dat in het Nederlands spreek- en schrijftaal zoveel verschillen omdat 'de Hollander niet van deftigheid houdt', en een dozijn pagina's verder dat het Nederlands zoveel vreemde woorden bevat, omdat 'de Hollander zoveel van deftigheid houdt'? Ik verzeker u echter, lezer en lezeres, dat men het een zowel als het ander uit 'klimaat, milieu en bodem' met groot gemak bewijzen kan.
Zou ik, die deze (en alle) 'wetenschappelijke' ezelsbruggetjes verfoei, mij dan niet verheugen, dat dit vissersvolk géén vis eet? Persoonlijk bemin ik de vis. Zéér. Ik ken de vreugde van de man uit de viskiosk in de naaste 'stad' - en meermalen beklaagde hij zich tegen mij over de ondeskundigheid van het merendeel zijner overige klanten, voor wie bot en schol één pot nat is, en die (o gruwel) tussen de grove, dorre pieterman en de fijne, vette poon geen onderscheid weten.
Maar... eerlijk is eerlijk.
Wie zijn visjes bakt in eens anders olie, die neemt, wie zijn kippetjes kookt in eens anders soep, die geeft. Wie vlees koopt, heeft voor één geld krachtige bouillon of geurige jus, wie vis koopt, koopt koppen en vinnen, koopt darmen en graat, koopt schubben en staart. Keulen en Aken zijn niet op één dag gebouwd. Mijhoeft niemand te vertellen dat de vinnetjes van vette zomerbot allemachtig lekker kunnen zijn, ik peuzel de wangetjes uit de baars, maar kan men verlangen, mag men hopen dat eerstbeginnende visconsumen-ten meer van de platvis zullen eten dan de vier filetjes, iets anders van de rondvis dan de blanke rulle, glanzende middenschilfers? Nek en 'wam', de wanden van de opgesneden buik, het verhuist 'en bloc' met de kop naar het gratenbordje.
En wat is verder, lieve vrienden, 'par les temps qui courent', wat is, vraag ik u, duurder dan... boter bij de vis!?
Doch wat is vis zonder boter? Men braadt, als het moet, zijn vlees
!54