begrijpen gerijpte, dat woorden opneemt en klanken vangt, dat in dogma's wordt onderricht, zonder andere eigen vermogens dan wat vage vrees en wat vaag ontzag, zodat in de enge ziel van dat stumperig mensje alles tot karikatuur, tot wangestalte wordt en ze ten leste de Heilige Geest ziet in een opgezette papegaai...
En dit verhaal is dan één der uitbeeldingen van de verzuchting die als een melancholische adem door Flaubert's werken waait: Geef de mensen een Gedachte en zie, wat ze ervan maken.
Geef ze iets moois, iets groots in handen en zie, wat er van wordt...
Aan dat verhaal van Flaubert, en aan zijn verzuchting, heb ik verleden week te Gent, waar ik de 'Floraliën' ben gaan zien, ineens moetendenken...
Gaarne mag ik een bloemententoonstelling zien, oneindig liever mag ik er toeven dan op een, waar de mens de resultaten van zijn 'beschaving', zijn 'vernuft', zijn 'energie' heeft bijeengebracht. Want daar wandelt hij als een pauw, daar maakt hij zich dik, blaast zich op - niet altijd bewust, en meestal onwetens - daar voelt hij zich zo geweldig. En die atmosfeer van zelfbehagen, omdat we het toch zo 'herrlich weit' gebracht hebben, is, voor mij althans, voelbaar op tentoonstellingen van 'prestaties' als een onaangename, dikke walm.
Maar de bloemen... Nu ja, hij heeft ze verzorgd, hij heeft er zijn kwekerskunst, geduld, overleg aan besteed, maar zij zijn met dat al geen 'scheppingen van zijn vernuft'. In zulk een oneindige hal vol bloemen voelt hij zich klein, nederig, ootmoedig - niet altijd bewust en meestal onwetens - daar weet hij zich afhankelijk. Hij voelt zijn slagen, de heerlijke resultaten, waar hij tussen wandelt, als gunst, meer dan als verdienste. En die atmosfeer van dankbaarheid en nederigheid, van vreugde, omdat het leven, in zijn bloemen, zo ontzaglijk, zo geweldig heerlijk kan zijn, heb ik voelbaar geademd op de Gentse 'Floraliën'.
Nu, het was wezenlijk onvergetelijk en aandoenlijk mooi. Met
135.