tje juist midden tussen de torens op zijn rug gevallen...
Chartres... daar ginds, daar ver in het donker voor ons uit!
We vonden er, eindelijk, de zon en de volheid van het voorjaar en marktdrukte en zomerachtig gevoel... dat alles de volgende morgen. Misschien zal ik dat alles, en zelfs de machtige kathedraal met haar goudtooi van muurbloemen tot hoog, hoog aan haar grijze muren zo aan haar strevende torens gehecht, eenmaal vergeten, maar nooit die avond van te voren, het donkere akkerland, het eenzame zoeven van onze auto, de lege, egale horizonten rondom en toen plotseling, aan weerszij van dat blinkende, schuchtere nagelmaantje, die vage, strevende streep, van zwart op allerdonkerst grijs.
En dit alles verweven, verknocht met mijn 'lijfdeun' van die tijd, de bekoorlijke, kleine sonate, zó onverbrekelijk, zo innig, dat het alles als levend in mij opstaat, zodra ik die hoor en ik alléén, al neuriënd, over die reis iets zou kunnen schrijven, dat innig was en leven zou... want ik liet het in Chartres niet achter, maar nam het mee de Loire langs en het is óók onafscheidelijk van de zoete zomergloed in het park van Chenonceaux.
Sommige mensen beklagen mij, omdat ik aan alles 'beschouwingen pleeg vast te knopen', alles tot onderwerp van kritisch denken maak... maar de zielen vergeten, dat ik niet half, doch dubbel geniet, daar het scherpste kritische en analytische denken (op zichzelf genot) mij van mijn emoties en intuïties niets afnemen kan.
Mijn leven is vol van 'muzikale associaties' als de bovenbeschrevene, ik zou er een boekdeel mee vullen kunnen, en niets zou ik weten, dat zó of meer mijn eigen scheppend werk ten goede is gekomen. Er is een vrolijk lentedeuntje, dat voor mij sneeuw in droeve wind beduidt, omdat een klein vriendinnetje begraven werd op een novemberdag, in een tijd, dat de kinderen toevallig eens dat liedje zongen, dat toen mijn 'lijfmelodietje' werd. Voor mij drukt dat wijsje sindsdien geen lentevreugd, maar winterwanhoop uit en moet ik sneeuw in droeve wind beschrijven, dan scherpt het neuriën van die
133.