Associaties
Wij hebben het zeldzame voorrecht in onze tamelijk schaarse vriendenkring een uitnemende pianiste te tellen, die aan haar groot talent een grote eenvoud paart en die ons van tijd tot tijd in de gelegenheid stelt, van beide te genieten. In de gunstigste omstandigheden - immers zonder de ontstemmende invloeden van de concertzaal! -krijgt dan elk van ons zijn lievelingsmuziek te horen. Op gevaar af van voor hopeloos ouderwets te worden gehouden, plaats ik hier de bekentenis, dat ik nog altijd verliefd ben op die eenvoudige kleine sonaten van Mozart. En zo geschiedde het dan verleden week... en nauwelijks had zich de zoetbekoorlijke melodie ontwikkeld... of... zie... het leven, mijn leven is een jaar teruggegaan... het was begin mei van verleden jaar en het was avond, vallende avond, vooravond, en de eenzame auto spoedde zoevend zich over de brede, effen, de naar de verten verschemerende weg. Het eerste deel van de sonate was namelijk mijn 'lijfdeuntje' in die dagen!
Vaak breng ik van een concert zulk een 'lijfdeun' mee thuis... die blijft mij dan maanden bij, die vervlecht zich met mijn leven van die maanden, met mijn denken en mijn werken, vergroeit daarmede, onverbrekelijk. Zo heb ik lange tijd de 'hemelse stemmen' van Saint-Saëns vioolconcert tot 'lijfdeun' gehad en niemand die niet óók zo, of overeenkomstig leeft, kan beseffen wat al zich daaronder kristalliseert...
Die schemeravond reden we naar Chartres. Nauwkeurig weet ik nog hoe het was: één grote tuin van Beauvais af, over Saint-Germain en tot Rambouillet, één tuin van voorjaarsgeur en tintel-groen, maar in de lucht nog altijd iets van de schrielheid, die ons in eigen land nog immer - in mei! - om de warme kachel joeg. Het was zulk een zeldzaam koude lente, verleden jaar.
De wegen omzoomd met bloeiende pere- en appelbomen, tot Rambouillet. En toen "s lands korenschuur' in, het wijde, wijde akkerland: la Beauce, stil en duister en eindeloos zich uitstrekkend aan
131.