wijdopen tegenover de ganse wereld. Het hele leven is hem lief, elk ding is hem welkom als object. Hier met hem! Waar zalm uit Alaska naast China-thee ligt en mandarijnen uit Valencia naast Braziliaanse driekantnootjes, baardige kokosnoten (met van die valse oogjes!) naast Skandinaafse appetit-sild. Is dit de hele wereld of niet, is dit het ganse leven, of iets anders? En zal het zwierig uithangbord van zulk een zaak iets anders dan een overweldigende Impressie zijn?
Laat ons de futurist de reclame voor het Bed der Toekomst laten.
Nemen wij aldus de zaak ter hand, en weldra zal Laren het Nederlands Openluchtmuseum van keurwerken aller richtingen heten!
Het zwaard, het vat, het mes...
Wij schrijvers, wij sprekers, zaaien onze woorden. Van wat er uit opschiet, ervaren we niet veel. Naïef vertrouwen we dat het nieuwe gewas het moedergewas zal gelijken... meestentijds is het zeker ook wel zo... maar soms staan we verbaasd voor een bizar gewas uit een simpel zaadje.
Bestaat het Mes nog, met zijn flitsend vuurwerk van ontelbare stalen bliksems aan weerszijden; het mes onder de glazen stolp, op rood fluweel, het mes voor alle levensfuncties en levensbehoeften, het Mes van Bastet?
Voor mij werd het bij eerste aanblik subiet het symbool der Verbijsterende Veelzijdigheid, het kon alles, het be-greep (immers: bevatte!) alles, het voorzag in alles. En ontmoette ik een van die veelzij-digen, die van alles verstand hebben, zich op alles toeleggen en in alles min of meer slagen (ik bemin ze niet bijster) dan heette ik hem: 'Het Mes van Bastet'. O die...? Nu ja, dat is je reine'Mes van Bastet'.
Met dat eigengebakken grapje had ik nogal op, ik propageerde het in de huiselijke kring en mijn kindertjes zeiden het mij in later jaren na...
122.