geval voor de gewone sterveling herkenbaar zij. En beduidt deze eis iets minder dan de hongerdood voor allen die de wereld zo gans anders beschouwen, en de herkenbaarheid geenszins beogen doch veeleer verafschuwen? Ik meen de expressionisten, de kubisten, de lu-ministen, de pointillisten, de futuristen. Het gaat toch niet aan dat slechts de brave 'realist', de eerzame 'romanticus' gedije! Voor hen is er werk genoeg. Doch ik zie onze goedmenende neringdoenden al met de handen in het haar, zoekende de verzoening tussen de eis van herkenbaarheid der koopwaar en de eis van vrijheid des kunstenaars. Neemt gerust uw handen uit uw coiffure, want er is hier een mouw aan te passen.
Wanneer een kubist een uithangbord maakt voor een sigarenmagazijn, zal dan ook de scherpste criticus ooit raden, dat hij een kubist vóór zich heeft. Is er dan aan de eis der herkenbaarheid voldaan? Immers ja. Is de artiest gefnuikt? Immers neen.
Grenzeloos, eindeloos zijn de mogelijkheden op dit gebied! De lu-minist, heb ik mij laten vertellen, wil de schaduwen niet, hij ziet en zet de kleuren raak en fel tegen elkaar. Is hij niet de aangewezen man om in een vurig beeld de schaduwverjagende elektrische lamp aan te prijzen?
Zendt de pointillist naar de ijzerwinkel, waar ook schaatsen te koop zijn - schoon gelukkig nog niet nodig - zal niet iedereen in zijn gepointilleerd tafereel het meest perfecte sneeuwlandschap zien? Is hij gefnuikt? Never. Is het doel bereikt? Ever so much!
Hier is de expressionist. Hij geeft niet het ding, maar des dings essentie, des dings kern. De varkensslager is zijn man! (Wordt niet boos: denk aan Stéphane en aan Prosper, denk aan de grote man, wie niets te klein is!) Etaleert de slager het ding? Voorzeker neen; slechts de essentie des dings, des dings kern. Niet de koe, maar de biefstuk, niet het vark', maar de ham, niet het kalf, maar de karbo-naad.
Wie helpt de impressionist aan een boterham? Hij zet het venster
121.