tueel en stipt orthodox worden opgevoed, de joodse kinderen van de 'Berg-Stichting', die tot hun eigen heil aan hun eigen milieu onttrokken zijn. Ik hoorde het aan en knikte en dacht in mijzelf: de derde houding! Schenen er te voren ooit meer mogelijk tegenover elk ding dan twee? Men was orthodox, plichtmatig, in alles, door alles, vanzelfsprekend en bestuurde dus ook wat men te besturen had, in orthodoxe geest. Of men was 'vrij', zonder ook bij het 'waarom' daarvan verder veel stil te staan en bestuurde, wat men te besturen had, in 'vrije' zin. Tot men eindelijk de derde mogelijkheid voelde: anderen te geven, of anderen te laten, waar men zelf niet meer in opgaan kon, in het algemeen: te waarderen ook wat het eigen ik niet meer te bevredigen vermag.
Is het niet evenzo lange tijd met de verhouding tussen man en vrouw geweest? Of het onophoudelijk samenzijn en de onbeperkte vertrouwelijkheid van het huwelijk, of de vervreemding en verbittering na de scheiding..., ten slotte de derde mogelijkheid: het inzicht dat niet alles, 't welk men zelf niet meer begeert, verwerpelijk is...
Of er onder die knapen en meisjes in hun donkere gestichtskleren, die 's morgens en 's middags naar het dorp ter schole gaan, een toekomstig dichter schuilt? Eén met meer dan gewone gevoeligheid en dieper vermogen tot onvergankelijke heugenis begaafde? Misschien niet... En evenwel vlei ik mij met de gedachte dat ze nooit helemaal zullen vergeten de zoete hoogtijstemming, de blijde wijding van dit nieuwjaarsfeest in schone, milde herfst, temidden van de wijde, kalme natuur, die wijzelf van die luttele ogenblikken hebben mee naar huis genomen. En in elk geval ben ik blij dat het 'vrije' bestuur het aldus over die kleine levens heeft beschikt, dat de mogelijkheid althans bestaat.
Het doel van ons bezoek? We kwamen vragen of ze misschien ook lust hadden van onze appels te komen rapen, plukken, eten, meenemen, onze wondermooie, sapzware citroenappels, die, als het windstil is, de beschutte tuin met hun geur vervullen, stralen in de zon en gloeien in de maneschijn. De vorige avond hadden we het
115.