Plattelandjes

Titel
Plattelandjes

Jaar
1926

Overig
herdr

Pagina's
232



ken hem toch al zo lang. Hoe lang? O, sinds mijn prille kinderjaren. Was hij het niet, met zijn vrouw, die de romantiek hielp verhogen van de kermissen mijner jeugd? Neen, inderdaad, hij was het niet — en ja, hij was het toch wèl. Van die eerste, die lang geleden gekende belleman gingen de trekken verloren, de visuele heugenis vervaagde, die van het gemoed bleef onverflauwd; na meer dan vijfentwintig jaar verscheen deze, ook zo'n donkere, oude belleman, met ook zo'n zorgelijke, propere vrouw en over een kwarteeuw heen heeft zich de nieuwe gestalte aan de oude heugenissen gehecht en zo komt het, dat ik mijn donkere belleman het overgrote deel van mijn leven heb gekend.

In deze mijn oude relatie tot hem sta ik waarschijnlijk alleen, niet in mijn sympathie, die deel ik met het hele 'betere' deel van het dorp. Er is iets zindelijks en fatsoenlijks en eerbaars aan de man, dat spreekt tot dorpse degelijkheid, zijn uitheemse, zware zilveren horlogeketting met allerlei moois eraan wijst op betere 'komaf, iedereen voelt het: tot het flemerig brutale orgeldraaiend straatvolk behoort hij niet, het mechaniek aan zijn fleurig karretje is van zijn eigen vinding. Tot dorpse degelijkheid spreken - helaas, spraken! — eveneens de scherpe strijkvouwen in het keurig bonte schort van de oude vrouw. Nog zie ik dat schort tegenover mij in de tram; de beide moede, grove handen rustten erin en hielden het triangeltje en het losse staafje, waarmee ze er de kinderlijk kleine geluidjes uit sloeg... hoe onzegbaar aandoenlijk was het contrast tussen die grote handen, dat zorggezicht, dat schort met strijkplooien erin en dat malle kleine triangeltje... Ze zat in de tram en keerde naar huis terug, hij liep, duwend achter het rinkelend, tjinkelend karretje en waar de weg een bocht nam, wuifden ze elkaar nog eens toe.

De vrouw is nu dood, hij vertelde het mij - want natuurlijk hield ik hem staande, men gaat toch zijn oudste kennissen, na wederzijdse afwezigheid, maar niet zó voorbij! - hij vertelde het mij in zijn kluchtig Hollands-Duits, het ruig, donker, vriendelijk gezicht in droevig-gelaten plooi. Hij moest nu wel alleen het leven verder

112.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.