Maar dan toch, en het lieflijke mensdom daargelaten, zoals ik indertijd in mijzelf prevelde: 'Nu ben je op Sumatra... op Sumatra... op Sumatra' en alleen in de herinnering, niet in de aanschouwing, de volle, zware weerklank vond, zo heb ik nu, spelend met mijzelf, gaande langs het woud, zittend aan de beek, luisterend naar de waterval, dwalend door de vallei, aan die oude lijzige, banale liedjes van woud en waterval, van beek en vallei gedacht en de herinnering was alweer sterker dan de aanschouwing, in die blauwe damp van zoete beklemming, die mèt de kinderjaren te vervliegen schijnt, en als de heugenis aan dit aanschouwde - en toch wezenlijk zo mooie en lieflijke - is vergaan, dan zal die oudere herinnering aan het nimmer aanschouwde, het enkel gedroomde, onverflauwd leven.
En daarom... Nu ja, het reizen is goedkoop, en niemand hoeft het om het geld meer te laten, en zegt men niet dat het 'de blik verruimt'? Maar wat mijzelf betreft, dol op reizen ben ik mijn leven lang niet geweest, en nu geloof ik, dat ik in het vervolg ook maar stilletjes thuis blijf, hier, in mijn huisje en op mijn platteland, en oude liedjes neurie, aan oude prentjes denk, als ik eens even ergens anders wezen wil.
September
September... ze zijn weer naar school gegaan. En nu is de zomer voorbij. Zo zeggen we het elk jaar tegen elkaar, wij hier die met schreden als van zevenmijlslaarzen door de zomer stappen. Want, niet waar? - nauwelijks is de mei voorbij of daar beginnen reeds de eerste toebereidselen voor Sint-Jan. Wie thuis komt, van school of van boodschap, weet te vertellen: daar zijn ze al bezig met een nieuwe poort, het without geraamte blinkt tussen het jonge groen op het achtererf, en de hamers suizen, en elders wordt een oude nagezien en opgekalefaterd en ergens anders weer een van verleden jaar fris
105.