elf pond, kort en goed: niemendal. Maar de juffrouw in het cafeetje zegt het zelf, dat er 'temet niemendal gevongen wordt' ('o' staan laten, zetter!) 'Het is een rare tijd,' zegt die juffrouw, en als iemand het kan beoordelen dan zij. Want was er niet verleden week een naaischool uit Bodegraven op een uitstapje naar het Muiderslot en dronken niet al die meisjes bij hun brood een kogelflesje!?
Griezelig, eng en gril vindt zij het. Wie hoorde nu vroeger van limonade bij je brood? Die naaischooljongedames waren om zes uur op het pad gegaan, nu, je zou zeggen, ze moesten snakken naar wat warms, een kop koffie, een kop thee, een glas hete melk. 'Of een kop chocola,' vul ik gedienstig aan. 'Of een kop chocola,' beaamt de juffrouw, die onder het spreken door, de armen stijf over de borst, voortdurend uit het raam staat te kijken. Maar een kogelflesje... zó griezelig, zó eng, zó gril. 'Ja, een gril drinken...' herhaalt ze nog eens. Het woord 'gril' schijnt wat ze bedoelt het best uit te drukken. 'En wil u wel geloven, dat je helemaal haast geen melk, en geen chocola meer kwijt raakt aan de schoolkinderen, alles kogelflesjes! Ja, het is een rare tijd en er wordt temet niks meer gevongen.' Zo keert ze gauw even naar haar uitgangspunt terug en wij voelen alle schuld van ons afgewenteld. Inderdaad: als de Bodegravense naaimeisjes limonade drinken bij hun brood, na van zes uren af te zijn op stap geweest, kunnen wij het dan soms helpen, dat we zonder baars en zonder snoek, zonder zeelt of voorn, bliek of brasem, kortom, dat we platzak thuisgekomen zijn?
Uitgaan en thuisblijven
Natuurlijk heb ik mijn slippertje over de grens gemaakt. Want toen lezeres en lezer kennis namen van de wereld-, vis- en limonadebeschouwingen der caféjuffrouw in Muiden, was zij er zeker allang van bekomen en werd het Bodengravense spaarvarken alweer ge
102•