mingen over de Romantiek van het Buitenkansje? Leest hij, leest zij, wel eens de visserijberichten, als daar zijn: 'vissers bemachtigden gisteren tussen Woudrichem en Ammerstol een grote steur', of: 'A.B., beroepsvisser te C., ving verleden week aan de hengel een paling van elf pond'. Zulke en andere verhalen lees ik steeds gretig en ze schieten mij te binnen, wanneer wij, te Muiden uitgestapt, naar het aardige bruggetje wandelen en alles gereedmaken voor de vangst. Vissen is een kunst, nu ja, goed en wel, maar je kunt het niet weten. De kunst om een paling van elf pond te vangen verstaat geen mens, dat is bloot toeval, zalig zwijnengeluk. Wat je aanvangt met zo'n griezelig watermonster is van later zorg.
Edoch, tegen langer dan een half uur staan simmen zonder beet is mijn zeepbel-vis-romantiek niet bestand, meer en meer ontdwaalt mijn oog de dobber en mijn viskameraad verbijt zich; hij is tevreden, al vangen we 'ze' niet, tevreden omdat 'ze' er zitten, hij heeft al driemaal het genoegen mogen smaken, dat 'ze' hem het aas schoon-weg zogen van de haak, bij zoveel belangeloos hengel-idealisme voel ik mij waarlijk beschaamd. Inmiddels, wat is alles mooi! Is er wel iets mooiers te bedenken dan het zware groen van die oude stadswalletjes, onder wolkenstapels, aan een waterkom, een inham, gevat in zwaar en manshoog riet, dat wielt en woelt en wentelt in de wind, in de bleke zon, als draaide er zich een zilveren spiraal in om en om? Het is nog altijd vroeg... zie daar die woonwagenbewoners eens lekker fris staan poedelen, frisser dan men van (echte, geen amateur-)woonwagenbewoners denken zou... en dat stille, oude stadje zelf, dat nu wakker wordt. Het ligt er als een happende mond aan die grote weg naar Amsterdam, slikt de auto's op, laat ze tol betalen en geeft ze weer over... en wij zien elk voertuig komen en gaan aan de overkant, over het water en staan toch zelf als buiten de bewoonde wereld, achter die oude zwaarbegroeide wallen, onder de wolken, aan de waterkom, tussen het zich verglinsterende, wielende, woelende, wentelende riet...
Nu ja, we 'bemachtigden' niet alleen geen steur, geen paling van
ioi.