WINTER OP DE MOLEN
eerder uit trots had ze Marie nog nooit aangemoe-digd, de meisjes bij zich te vragen, ofschoon ze nu al langer dan anderhalf jaar met ze op school ging. Ditmaal was het wel een mooie gelegenheid, zo ongezocht, ze hadden nu echt iets bijzonders aan te bieden. Want er werd heel veel toeloop voor de wedstrijd verwacht. En dan van hun brede, ruime molentrans alles op je gemak te kunnen gadeslaan, inplaats van te staan blauwbekken en stampen in de sneeuw, dat zouden ze wel een buitenkans vinden.
Onafgebroken bonkte en stampte de grote molen boven hun hoofden. Er klapte ergens een deurtje, er kraakte een traptree en even later kwam de vader binnen.
Zo mager als zijn vrouw was, zo welgedaan zag molenaar Mol eruit. Een dood-goede, maar niet overmatig snuggere dikzak, van top tot teen overdonsd met meel, wat hem iets wazigs gaf, als zag je hem door gaas of fijne tulle. Marie sloeg dadelijk haar boeken dicht en ze gingen aan tafel. Voor de zoveèlste maal moest juffrouw Mol er haar man aan herinneren, dat hij zijn witbestoven petje had vergeten van zijn hoofd te zetten!
Lang en breed werd onder het eten de zaak besproken. Mol was er dadelijk heftig voor. Waarom niet? Wat leven in de brouwerij! Een ketel chocola, een paar flinke krentebroden.... Maar toen zijn vrouw met haar bezwaren kwam, was hij er plotseling even heftig tegen. Niemand zou van zijn kind, zijn schat, zijn Marietje mogen denken, dat ze zich bij de nesten en nuffen van die school indringen wilde, omdat ze in wat mooier huizen woonden, wat meer geld hadden misschien, omdat hun vaders „meneer” werden genoemd en hij maar kortweg: Mol. Ze lieten hem kalmpjes uitpruttelen, ze waren zijn kippe-driftjes gewend, en het slot was, dat Marie de volgende dag op school moest zeggen, dat „iedereen die zin had” bij hen op de molen welkom zou zijn om de wedstrijd te zien en dat er na afloop „voor de liefhebbers chocola en krentenbrood klaar zou staan.” Zo was het geen echte
85