WINTER OP DE MOLEN
kleur was de deur nu onherroepelijk gesloten, en zou in geen maanden meer open gaan....
Nu werden er overal dadelijk hardrijderijen uitgeschreven, want de dagen waren nog tamelijk lang en het ijs zo mooi als het in jaren niet geweest was en het leek, met avond na avond een wassende maan aan een klare hemel en minderende wind, haast te mooi om lang te kunnen duren. Alles wat jong en kloek was schreef in voor de ,,spekrijderij”, Piet Siegenbeek voor drie tegelijk, en Frits van den Burg, — Emmy zat natuurlijk al lang weer in Lausanne en kon dus niet haar neusje optrekken voor dat vulgaire dorpsgedoe — en Herbert Aben en al hun vrienden. Er zou ook een ,,turfrijderij” voor kleinere jongens gehouden worden, waarbij de kampioen voor zijn beschermeling wel vijfhonderd turven kon winnen, wat Daaf Schaap en Bart Brons zich dan ook dadelijk voornamen te doen, allebei ten behoeve van de arme oude weduwe Komeyn, hun moeders werkster.
Het hele stadje praatte over de arrewedstrijd in ouderwetse klederdracht, waaraan alle bezitters van arresleden in het stadje en in de omliggende dorpen deelnemen zouden. Het beloofde prachtig te worden. Het was ook zulk zeldzaam weer. Tegen dat ’s avonds de zon onderging, rees een al groter en gaver en klaarder maan aan de Oostelijke kim. Haar blauwe zilvergloed ontmoette op de besneeuwde akkers de schijnselen van het vlammend avondrood en vloeide daarmee samen tot een wonder-baarlijk-mooie kleur. Zo zagen de meisjes het een keer, toen zij na een late les uit school kwamen, want het grauwe gebouw stond aan de rand van het stadje, met zijn achterkant naar de velden toe, en Anke wees naar de wonderlijk gekleurde hemel, waaronder in zilverige en rozige glanzen de sneeuw lag te stralen, wijduit zover het oog kon zien.
„Wat is dat mooi.... wat zeldzaam mooi!”
„Ja, beeldig!” viel Leida Verkruysen ijverig bij. „Echt beeldig. Net een ansicht!”
81
De Klas 6