DE KLAS VAN TWAALF
avond? Wandelen, praten, het huis bekijken.... niet de hele avond blokken, dat gaf nu toch niets meer. Ze kwamen er wel. Ze hadden dit jaar voor het eerst „tentamen” gehad, net als op de grote Rijkskweekscholen, heel deftig. De hele klas had een redelijk figuur geslagen, ook Marie Mol, dank zij haar noeste ijver en al haar bij-les-sen. Er bestond gegronde hoop dat de klas-van-twaalf de school zou verlaten, zoals ze was gekomen: het hele stel compleet. Leuk zou dat zijn. Maar dan was het ook uit. En die gedachte verontrustte haar ineens....
„Morgen zijn we de klas van twaalf niet meer!”
Anna praatte met Anke, Lien stond met Nel en Door. Dan gingen ze naar binnen.
De regen drupte: heel, heel ver weg klonk kopermuziek. De „Beierse Kapel”. Dat hoorde bij de hyacinthen. Nu was het lente. Met de trekvogels kwamen ook de Duitse muzikanten weer terug. Er waren zulke aardige bij. Ze droegen witte broeken, blauwe jasjes met gouden knopen.... Een beetje soezerig keek Lien door de hoogste ruiten naar de zacht-zwaaiende takken der iepen, waarvan de knopjes al op barsten stonden, terwijl mijnheer De Bie, de saaie, maar eindeloos-geduldige geschiedenisleraar, nog eens aan Marie Mol uitlegde, hoe toch precies de Tachtigjarige oorlog was ontstaan.
Het gonsde langs Liens oren.... Verbond der Edelen.... Margaretha van Parma.... en daartussen zong het: voor het laatst.... voor het laatst.... alle twaalf bij elkaar. Morgen vliegen we uit.... elk naar een kant.... ik houd niet van alle twaalf, maar ik ben zo gehecht aan die twaalf bij elkaar.... wat zal het leeg zijn.... leeg zijn.... Er moeten dan andere dingen komen.... om die leegte te vullen. Maar wat.... wat...? Piet Siegenbeek..? Aardige jongen, beste jongen.... ook leuke snoet.... maar neen.... maar neen hij alleen zal nooit al die leegte kunnen vullen, die nu komen gaat...
Nel ging om twaalf uur ook mee naar Door om de eerste tuinkers te proeven. Het was een vrolijk koffiemaaltje in
266